vinger opsteken

Alleen de slimste kinderen die hun vinger opsteken? Maar zo werken wij toch helemaal niet!

Daar gaan we weer.

Het zoveelste vooroordeel over hoe het er in een klas aan toe gaat. Het treft me recht in mijn hart. Ik voel onmacht bij de zoveelste onrealistische voorstelling van de klaspraktijk.

vinger opsteken

“Iedereen is ermee opgegroeid op school. De leerkracht stelt een vraag. De slimsten steken hun vinger hoog in de lucht. Wie aangewezen wordt, mag antwoorden.”

 

Het is de toon die gezet wordt in het artikel van Het Nieuwsblad. Natuurlijk! Als je het zo omschrijft dan is het totaal fout. Daar heb ik geen onderzoek voor nodig. Dat weet toch iedereen?

Maar een leerkracht met hart en ziel doet het niet zo.

Nooit. Never.

Het gros van de leerkrachten houdt van zijn leerlingen. Die wil het beste voor elk kind. Elke dag. Die wil het beste voor de slimsten, het beste voor de dromer, het beste voor degene die deze morgen geen ontbijt had en het beste voor het kind met rekenangst.

Laat ik u eens een eerlijk beeld schetsen.

Meestal heb ik een gewoon gesprek met de kinderen. Ze zijn dan aan het werk, alleen of in groep. Ik loop rond of maak wat klaar voor de les. De leerlingen spreken mij gewoon aan. Je hoort en ziet dan een gesprek zoals we er in het dagelijkse leven tig hebben.

Maar er zijn momenten waarop kinderen niet zomaar het woord kunnen nemen. Bijvoorbeeld tijdens een klassikale instructie.

Voor wie niet in het onderwijs staat: klassikale instructie is een lesmoment waarop je iets uitlegt aan de hele klas. De leerkracht vertelt iets belangrijks of legt nieuwe leerstof uit. De leerlingen moeten het begrijpen om voort te kunnen met de les of met de oefening. Zo’n klassikale instructie duurt een tiental minuten maar komt in zowat elke les voor.

Tijdens de klassikale instructie kan ik het mij niet permitteren dat de slimmeriken (ik haat dat woord maar ik vecht op dit moment terug met gelijke wapens) het antwoord eruit flappen. Iedereen moet namelijk de kans krijgen om na te denken. En dus steken ze hun hand op.

Niet schrikken!

Bij heel moeilijke lessen kies ik een kind waarvan ik vermoed dat die het antwoord kent. Want sommige kinderen hebben op dat moment nog geen idee. Zij hebben een voorbeeld nodig. Een paar oefeningen later weten ze al meer en komen ook zij aan de beurt.

Er zijn technieken.

Technieken die ervoor zorgen dat alle kinderen meedenken. Leerkrachten leren ze in hun opleiding, lezen erover op Klasse of leren ze van elkaar.

Er zijn er een hele waaier, maar deze technieken gebruik ik zelf het meeste.

Samen denken

Bij deze techniek zitten de kinderen tijdens de klassikale instructie in groepjes van drie. Ze hebben één blad om iets te noteren. Ik vertel een hersenbrekertje. Daarop krijgen ze tijd om samen na te denken. Ik spreek vooraf af wie het antwoord mag noteren bv. alle kinderen die in het midden zitten. De plek waar ze zitten bepaalt dus wie mag antwoorden.

Lei en krijt

Ik stel een vraag en de kinderen noteren het antwoord op hun lei. Iedereen moet iets noteren.  Zelf vind ik dit een hele goede methode maar sommige kinderen vinden het gedoe met dat krijt een beetje vies. Ze mopperen als ze hun lei moeten gebruiken.

Namen trekken

Een klassieker maar heel interessant omdat ik dan zeker weet dat iedereen aan de beurt komt. Ik trek een naam uit het potje en die persoon mag antwoorden. Detail: het potje is hartvormig.

Nadeel van deze techniek is dat degenen die al aan de beurt geweest zijn niet meer meedenken.

Slangetje 

“Je hoeft je hand niet op te steken, we doen slangetje” Als ik dit zeg, weten de kinderen meteen wat ik bedoel.  We gaan gewoon het rijtje af. Elk om de beurt in de volgorde van de plaats waarop ze zitten in de klas.

Voordeel is dat onzekere kinderen weten wanneer ze aan de beurt komen. Ze kunnen dan al eens kijken naar de oefening waarvan zij straks het antwoord moeten zeggen. Zelf vond ik dat als kind een fijne techniek.

Wordt onderzoek gebruikt om de foute beeldvorming van het onderwijs te voeden?

Vooroordelen. Je zou het misschien niet denken maar leerkrachten worden ermee om de oren geslagen.

We kennen niks van de internetrevolutie die onze maatschappij verandert. We geven de ouders op het oudercontact maar tien minuten op een te klein stoeltje. We vatten de kinderen samen in cijfers. Om er eens een paar te noemen.  

En nu zorgen we ook nog voor ongelijkheid omdat de kinderen hun vinger moeten opsteken.

Het is hopeloos vechten. Ik word er zo moe van.

Pedro De Bruyckere deelde het onderzoek op zijn blog.

Het was een onderzoek waarin werd nagegaan hoe gewillig kinderen hun hand opstaken. Het is een boeiend onderzoek en de resultaten zijn realistisch.

Je kan hem hier lezen: Hoe de vinger opsteken in de klas sociale ongelijkheid kan vergroten

Op geen enkel moment werd geschreven dat leerkrachten alleen de slimme kinderen aanduiden. Of dat hand opsteken passé is. 

De vinger opsteken is een techniek zoals alle anderen. Met z’n voor- en nadelen.

 

.