klas classroom

Klasmanagement. De leerkracht maakt het verschil

Een goede sfeer is de klas is misschien wel het belangrijkste element om kinderen vlot te laten leren. Tucht hebben, de klas in de hand houden, de groep de baas kunnen, klasmanagement… hoe je het ook benoemt, het is iets wat de leerkracht door ervaring in de vingers krijgt. De opleiding kan beginnende onderwijzers nooit echt voorbereiden op klasmanagement. Het is dan ook een zeer moeilijk te onderwijzen materie. Nochtans kan een leuke en tot in de puntjes voorbereide les in het water vallen als hij ontaardt in een machtsstrijd tussen de leerkracht en een of een groepje leerlingen.

Haim G. Ginott beschreef het al treffend in zijn werk Teacher and Child (1972, Macmillan):

I have come to a frightening conclusion. I am the decisive element in the classroom. It is my personal approach that creates the climate. It is my daily mood that makes the weather. As a teacher I possess tremendous power to make a child’s life miserable or joyous. I can be a tool of torture or an instrument of inspiration. I can humiliate or humor, hurt or heal. In all situations, it is my response that decides whether a crisiswill be escalated or de-escalated, and a child humanized or de-humanized.

Maar hoe kan een leerkracht nu eigenlijk gewenst gedrag aanmoedigen en negatief gedrag tegenhouden? Op welke manieren kan hij of zij een fijne sfeer in de klas nastreven?
Een goed voorbereide les

Leerkrachten werken hun lessen met de nodige zorg uit. Ze zetten in de voorbereiding de bakens uit en bepalen de doelen. Tijdens de les moeten zoveel mogelijk leerlingen die leerdoelen bereiken. De leerkracht heeft dus bij alles wat hij of zij doet die doelen in het achterhoofd.

Echt aanwezig zijn

Een goede leerkracht beweegt door de groep, maak grapjes, legt de hand op een schouder, knipoogt, helpt een leerling, doet een babbeltje… Het is belangrijk dat elke leerling zicht “gezien” voelt en dat er gewerkt wordt aan een persoonlijke band.

Goed ontwikkelde voelsprieten

Een ervaren leerkracht kan heel snel in een groep de haantjes, de verstrooide professoren, de kletskousen, … ontdekken en doet daar dan ook meteen iets positiefs mee. Kletskousen worden betrokken door hen op vragen te laten antwoorden, verstrooide professoren krijgen een maatje in de klas die hen in de gaten houdt, … Haantjes worden gestimuleerd om hun voortrekkersrol te gebruiken voor een positieve bijdrage aan de groep.

Een roze bril

Een leerkracht die de kinderen aan zich kan binden, heeft een arendsoog voor positief gedrag en verwoordt dat gedrag ook. Hij of zij zegt hardop wie wat goed doet. Op die manier leert de groep waar de leerkracht belang aan hecht. “Ik zie dat … en … al alles opgeruimd hebben en dat is fijn want dan kunnen we snel aan het volgende beginnen,” helpt vele malen meer als “…, ben je nu nog niet klaar??”. Het prijzen van die eerste leerlingen heeft een effect op de hele groep, zelfs op die ene treuzelaar. En het komt ook ten goede aan de opbouwen van een persoonlijke band met de leerling.

Als je nog één keer… dan…

Straffen helpt niet echt. Maar soms kan het niet anders. De straf is nooit zwaar en liefst ook nuttig: papiertjes rapen, rondjes lopen, een gesprek met jou, …

Drie maal prijzen!

Om in een positieve spiraal te komen met een leerling is er een gouden regel: na elke negatieve opmerking volgen er minstens twee positieve. Het prijzen van gedrag en het benoemen van wat het kind positief bijdraagt, doet wonderen.

En wat als het niet helpt?

Het komt niet vaak voor, maar het kan zijn dat een leerkracht maar weinig vat krijgt op een bepaald iemand. Vaak is dat zo omdat het kind al een hele rugzak meebrengt. Een rugzak van donkere levenservaringen. Een luisterend oor, bijvoorbeeld na de les, geeft de leerling een klankbord.
Als de leerling de les stoort en niks werkt, dan krijgt hij time out uit de les. Hij of zij moet zicht dan even verwijderen.Dat klinkt hard, maar op dat moment gaat de hoofdzorg van de leerkracht uit naar al die anderen die ook de leerdoelen moeten bereiken. En door achteraf tijd te nemen voor een gesprek blijft de leerkracht interesse tonen in het kind.

Mogen groeien
Bovenal moet een leerkracht kunnen groeien in zijn rol, kunnen leren met vallen en opstaan. Elke leerkracht moet het recht krijgen van ouders en directie de nodige krediet om uit te proberen, te falen en opnieuw te beginnen. Want alleen zo kan iemand steengoed worden in het vak.

1 antwoord

Reacties zijn gesloten.